Flash cards 9b: spreken nl-fr

Zoek de goede vertalingen bij elkaar.
zelfdemême
stofétoffe (v)
toepassenappliquer
buitenlandétranger (m)
bijnapresque
nauwelijksà peine
steunensoutenir
terugbrengenramener
zoenenembrasser
totjusque
vrouwmaîtresse (v)
woonkamersalle de séjour (v)
eetzaalsalle à manger (v)
deurporte (v)
stoelchaise (v)
gordijnrideau (m)
kastarmoire (v)
lamplampe (v)
trapescalier (m)
breedlarge
donkersombre
lichtlumière (v)
wonen, verblijvenloger
schilderenpeindre
bloemfleur (v)
wennenhabituer
ontvangenaccueillir
torentour (v)
vliegenvoler
zekersûr
plattelandcampagne (v)
vriendschapamitié (v)
corresponderencorrespondre
mensheidhumanité (v)
onderbrekeninterrompre
zoekenrechercher
concluderenconclure
verwijtenreprocher
leidendiriger
lenen (van)emprunter à
voldoensatisfaire
weerstand biedenrésister
zich vestigens'établir
vertalentraduire
inschrijveninscrire
nieuwtjenouvelle (v)
opmerkelijkremarquable
knutselen aanbricoler
begeleidenaccompagner
betreurenregretter
schilderijtableau (m)
standbeeldstatue (v)
uitzendingémission (v)
verwoestendétruire